Mobiliteit zonder grenzen

In 1972 bracht de Club van Rome het rapport de Grenzen aan de Groei uit. In dit rapport gaf de organisatie van wetenschappers het duidelijke signaal af; als westerse landen op dezelfde voet blijven consumeren, dan is onze planeet binnen 100 jaar volledig uitgeput. Ruim vijftig jaar later beginnen we in Nederland deze grenzen goed te voelen, nu schaarste en groei met elkaar botsen. Het bouwen van voldoende en de best passende woningen wordt complexer, de druk op de wegen en treinen neemt toe en waar is nog ruimte om het stroomnet sneller uit te breiden? 

Bij BEECKK werken we dagelijks aan deze en andere grote maatschappelijke vraagstukken. Vanuit onze ervaringen delen wij ons antwoord op de vraag: zijn de grenzen echt bereikt of zien we toch nog ruimte om te groeien?

In deel 3 ligt onze focus op de mobiliteitsopgave. Lees ook onze artikelen over de energietransitie & duurzame woongebieden.

Mobiliteit – is de grens bereikt?

Wie op een regenachtige dinsdagochtend in de auto stapt om naar werk te gaan merkt het al; onze wegen slibben dicht en zeker op dit soort dagen staat Nederland letterlijk vast. Hoe voorkomen we dat woningen, winkels en bedrijven onbereikbaar worden?

Groeien of veranderen?

Een combinatie van factoren maakt dat het huidige mobiliteitssysteem piept en kraakt. Nederland is dichtbevolkt, ruimte is schaars en de vraag is groot. Zo wil de Rijksoverheid tot en met 2030 bijna een miljoen woningen bouwen. Maar met elke nieuwe woning komen gemiddeld 6 tot 10 extra verkeersbewegingen per dag. Daarnaast maakt de trend van verdichting de aanleg van nieuwe infrastructuur in stedelijke gebieden complex en kostbaar. Daarnaast biedt elke extra kilometer snelweg op de korte termijn misschien verlichting, maar leidt het op de lange termijn juist tot meer autoverkeer. 

Daarom moeten we niet kijken naar hoe ons mobiliteitssysteem verder kan groeien, maar juist hoe het moet veranderen. Zo’n transitie is nodig, want:

  • traditionele mobiliteit, met name autogebruik, leidt tot meer CO2-uitstoot en een slechtere luchtkwaliteit;
  • nieuwe wegen of sporen aanleggen of de bestaande onderhouden kost erg veel;
  • meer verkeer leidt tot meer maatschappelijke kosten, zoals files, gezondheidsproblemen en verkeersongevallen.

Hoe voorkomen we dat Nederland dichtslibt?

De uitdaging is om ons mobiliteitssysteem zo te vormen dat het nieuwe en bestaande woon- en werkgebieden ondersteunt, zonder al deze nadelen. Daarvoor is het belangrijk om mobiliteit integraal mee te nemen in gebiedsontwikkelingen. Een aantal beproefde methoden daarvoor zijn:

  • 15-minuten-stad: Ontwerp een stad zo dat voor elke bewoner alle basisvoorzieningen binnen 15 minuten lopen of fietsen te bereiken zijn;
  • STOMP-principe: Hanteer deze mobiliteitsladder in je projecten om duurzame mobiliteit en een gezonde leefomgeving te stimuleren. STOMP staat voor stappen, trappen, OV, Mobility as a Service en tot slot particulier autogebruik;
  • Regionale samenwerking: Mobiliteit stopt niet bij de gemeentegrenzen. Alleen als meerdere overheden samenwerken, wordt het voor de reiziger makkelijker en aantrekkelijk om te kiezen voor duurzamere opties zoals de fiets of het OV.  

Hoe werken wij aan de mobiliteitstransitie?

Slimme mobiliteit is één van de maatschappelijke opgaven waar wij samen met onze opdrachtgevers aan werken. Elke dag proberen we ervoor te zorgen dat steden en dorpen ook in de toekomst bereikbaar, toegankelijk en leefbaar blijven en dat mobiliteit gezonder, slimmer en veiliger wordt. Daarbij maken we gebruik van de bovenstaande methodes.

Het STOMP-principe hebben we bijvoorbeeld toegepast bij de herontwikkeling van station Arnhem-Zuid voor de gemeente Arnhem. Dit station is door de herontwikkeling aantrekkelijker gemaakt voor reizigers om er te zijn, erheen te lopen of te fietsen.

Om de groeispurt van de Brainport Eindhoven te ondersteunen, zochten gemeenten in de regio naar manieren voor de bewoners om op een slimme, duurzame en gezonde manier van A naar B te komen. Het was meteen duidelijk dat regionale samenwerking hierin cruciaal was. We hebben de gemeenten geholpen door te zorgen dat de juiste onderlinge afspraken werden gemaakt en vastgelegd. Daardoor hebben de verschillende gemeenten en provincie het besluit genomen om drie snelfietsroutes te realiseren. 

De Mall of the Netherlands is vanuit sociaal en economisch perspectief een belangrijke drager voor de gemeente Leidschendam-Voorburg. Tegelijkertijd zorgt het verkeer van en naar het winkelcentrum door zijn omvang op piekdagen voor uitdagingen. Wij helpen de gemeente en de exploitant van de Mall om samen te zoeken naar oplossingen voor het terugbrengen van de verkeersoverlast en het stimuleren van fiets- en OV-gebruik door bezoekers.