20 januari 2025

Bouwen tot de grens?

In 1972 bracht de Club van Rome het rapport de Grenzen aan de Groei uit. In dit rapport gaf de organisatie van wetenschappers het duidelijke signaal af: als westerse landen op dezelfde voet blijven consumeren, dan is onze planeet binnen 100 jaar volledig uitgeput. Ruim vijftig jaar later beginnen we in Nederland deze grenzen goed te voelen, nu schaarste en groei met elkaar botsen. Het bouwen van voldoende en de best passende woningen wordt complexer, de druk op de wegen en treinen neemt toe en waar is nog ruimte om het stroomnet sneller uit te breiden? 

Bij BEECKK werken we dagelijks aan deze en andere grote maatschappelijke vraagstukken. Vanuit onze ervaringen delen wij ons antwoord op de vraag: zijn de grenzen echt bereikt of zien we toch nog ruimte om te groeien?

In deel 1 ligt onze focus op de woningbouwopgave. Lees ook onze artikelen over de energietransitie & slimme mobiliteit.

Woningbouw – is de grens bereikt?

Gebiedsontwikkelaars in Nederland staan voor een complexe puzzel, de vraag naar woningen blijft groeien, terwijl de beschikbare ruimte afneemt. De uitdaging is om voldoende woningen te blijven bouwen, zonder daarbij in te leveren op de kwaliteit van onze woonomgeving. Een toekomstige bewoner heeft niet alleen een woning nodig om fijn te kunnen leven, maar ook ruimte om te ontspannen, anderen te ontmoeten en voorzieningen als kinderopvang, winkels en wegen. Op een grotere schaal moeten overheden voor een leefbare gemeente of regio ook ruimte organiseren voor bedrijvigheid, zorg, nutsvoorzieningen en natuur. Is er in die mix nog voldoende ruimte om woningen te bouwen, of is de grens bereikt?

Meer focus op gebiedsgericht programmeren in plaats van vraaggestuurd bouwen is volgens ons een onderdeel van de oplossing.

Onze visie: bouwen tot de grens

Als we volgens het gangbare denken in de planologie blijven bouwen, zijn er grenzen aan de groei van duurzame woongebieden. Het absorptievermogen van een gebied bepaalt hoeveel en welke woningen kunnen worden gebouwd binnen deze grenzen. Dit hangt af van factoren zoals de beschikbare ruimte, voorzieningen en wat passend is in de omgeving. In sommige wijken of steden is de grens misschien zelfs al (bijna) bereikt. Daar zijn weinig woningbouwlocaties over, zeker niet zonder in te leveren op aspecten als bereikbaarheid, gezondheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit en cultuurhistorie. Toch ontstaan zelfs op deze locaties projecten. Woningbouw is hier nog mogelijk, maar we zien in onze projecten dat het proces lang, duur en complex is, met weinig verbetering van de bestaande of nieuwe woonomgeving tot gevolg.

Tegelijkertijd zijn er ook plekken in Nederland waar voldoende ruimte is om te bouwen, maar waar weinig gebouwd wordt. Denk aan dorpen rondom populaire kernen of regio’s waar de druk op ruimte minder groot is, zoals in de Achterhoek, Friesland of Limburg. Hier is ruimte om de landelijke woningnood te verkleinen, maar bouwen op deze locaties vraagt een andere, meer integrale benadering, namelijk die van gebiedsgericht programmeren.

Gebiedsgericht programmeren

Het Rijk stuurt de afgelopen jaren met name op woningaantallen. Deze kwantitatieve doelstellingen worden verdeeld over regio’s en gemeenten. Dat gebeurt vraaggestuurd. Gemeenten die nu een grote vraag naar woningen kennen, moeten vanuit de regiodeals de meeste woningen bouwen. Ook als dit betekent dat op deze plekken de schaarse ruimte het eindresultaat, een fijne woonplek, negatief beïnvloedt. Dat kan anders.

In plaats van bouwen waar nu de meeste vraag is maar de minste mogelijkheden zijn, zou je die vraag kunnen verplaatsen naar beter geschikte locaties door dáár een hele aantrekkelijke woonplek te realiseren. Dat noemen we gebiedsgericht programmeren. Gebiedsgericht programmeren biedt een beter perspectief. Het betekent niet alleen kijken naar woningaantallen, maar naar de leefbaarheid van een gebied in zijn geheel. Met alles wat daarbij hoort, zoals infrastructuur, gezondheid, milieuaspecten en de kwaliteit van de omgeving.

Bij gebiedsgericht programmeren wordt ook gekeken naar maatwerk in de woningbouw. In steden ligt de nadruk vaak op kleinere appartementen zonder tuin of parkeerplaatsen, om aan de grote vraag te voldoen en optimaal gebruik te maken van de schaarse ruimte. In buitengebieden of bij dorpen is er vaak meer ruimte voor grotere woningen, maar past hoogbouw minder goed en zijn voorzieningen beperkter. Door deze verschillen te erkennen en per gebied een passende aanpak te kiezen, kan beter worden ingespeeld op de behoeften van bewoners en de omgeving.

De mens centraal

Met gebiedsgericht programmeren zetten we de bewoners van de woning centraal. De focus ligt niet langer alleen op het bouwen van voldoende woningen, maar op het creëren van een passende woonomgeving voor iedereen. Het betrekken van de toekomstige bewoner in het proces wordt daarmee steeds belangrijker. Mensen moeten zich kunnen herkennen in hun leefomgeving en deze als aantrekkelijk ervaren. Dat kan niet zonder dat zij actief meedenken met plannen.